PREMIERE CHAMBER SYMPHONY

 
Première Chamber Symphony van componist D'hoe

Van 13 tot 17 februari concerteert het Belgisch Beethovenorkest Le Concert Olympique o.l.v. Jan Caeyers in de belangrijkste concertzalen in Vlaanderen. Op het programma een bijzonder werk, een primeur, de Chamber Symphony van componist Jeroen D’hoe. D’hoe is een gevestigde waarde in het Belgische en internationale muziekleven en heeft in opdracht van Le Concert Olympique een nieuw werk gecomponeerd. Hij is met plezier en overtuiging ingegaan op de uitdaging om een hedendaags orkestwerk te schrijven met Beethovens orkestklank als uitgangspunt.

INTERVIEW JEROEN D'HOE

Jeroen jij hebt in opdracht van Le Concert Olympique een compositie geschreven, een kamersymfonie geïnspireerd door het erfgoed van Beethoven. Hoe is het idee tot stand gekomen?

"De vraag kwam van dirigent Jan Caeyers. De opdracht was een enorme verrassing, maar ik was onmiddellijk enthousiast. Beethoven heeft als componist heel wat interessante aspecten in zijn composities verwerkt. In zijn sonates en symfonieën bijvoorbeeld heeft hij de grenzen opgezocht. Dat heeft me geïnspireerd om anno 2019 na te denken: wat kan ik vandaag doen met een kamersymfonie als genre?"

Ben je van een lege partituur vertrokken of heb je je gebaseerd op bestaande fragmenten van Beethoven?

"Ik ben volledig van nul begonnen. Ik had schetsen van Beethoven kunnen gebruiken om hierop verder te borduren en te komen tot een hypothetische compositie. Zo bestaan er bijvoorbeeld schetsen voor een 10de symfonie. Maar, deze opdracht staat volledig los van zo’n aanpak. Ik ben vanuit mijn eigen ideeën aan het werk gegaan met in het achterhoofd de inspiratie van Beethoven als grote kunstenaar, briljante componist en vooruitstrevend denker."

Hoe ben je in het hoofd van Beethoven gekropen? Hoe is jouw researchproces op gang gekomen?

"Ik ben heel grondig aan de slag gegaan met de muziek van Beethoven. Ik heb me gefocust op de symfonieën, de belangrijkste sonates en de late strijkkwartetten. Vooral in de latere werken voel je duidelijk dat de genres worden opgerekt. Beethoven zoekt echt naar de grens. Wat kan een symfonie zijn? Wat kan een sonate zijn? Wat kan een strijkkwartet zijn? Hoe denkt Beethoven over de interactie tussen instrumenten? Hoe denkt hij soms heel obsessief over ritmiek en op welke manier creëert hij een ritmische trance? Voor zijn taal, begin 19de eeuw, was dit vernieuwend en tegelijk is dit nog steeds relevant. Hedendaagse componisten zoeken nog steeds naar die magische formule om een tranceachtig effect te bekomen. Het waren 6 boeiende maanden van muziek beluisteren, analyseren, bestuderen, noteren, reflecteren…"

Was Jan Caeyers betrokken in dit researchproces?

"Absoluut! Jan was van in het begin betrokken. Tijdens mijn researchfase ben ik samen met Jan dieper ingegaan op de manier waarop Beethoven de sonatevorm hanteert. Hoe hij een thema op een verfijnde manier transformeert en variaties creëert. Jan had de schitterende verwijzing naar een werk van Beethoven, de Eroica Variaties voor piano, opus 35. Ik heb dat werk bestudeerd met de hulp van Jan. Hoe maakt Beethoven een variatiereeks? Als je het in zijn totaliteit beluistert, hoor je de segmenten van vier verschillende bewegingen. Je hoort een snel begin. Daarna volgt een langzaam stuk, het zou kunnen staan voor een Adagio beweging. Dan komt een scherzo-achtig stuk. Ten slotte wordt er afgesloten met een soort finale karakter. Voor een algemeen publiek is dit gewoon een variatiereeks, maar door de karakters en de manier waarop hij het materiaal varieert en groepeert, krijg je tegelijk twee lagen. Je krijgt een eerste laag, de variaties, en de tweede laag is het doorlopen van de volledige sonate. Het is een werk dat Jan aanreikte als ‘oplossing’ voor vragen waar ik mee zat tijdens mijn researchfase."

Beethoven heeft heel wat interessante muzikale ideeën. Hoe maak je een selectie?

"Het gebeurde vaak dat ik verschillende zaken van Beethoven interessant vond, maar op dat moment wist ik nog niet hoe dat tot een bevredigende, artistieke totaliteit zou komen. Ik heb weken en maanden al mijn ideeën verzameld in een boekje. Hierin schrijf ik concepten of melodische vondsten. Het is een verzameling van losse ideeën waaruit ik ga puren. Halverwege het boekje heb ik samen met een bevriende musicoloog Stephan Weytjens een tussentijdse synthese gemaakt. Wat moet er allemaal in de compositie komen? Stephan is analytisch zeer sterk en hij zette me mee op weg om helderheid en structuur te brengen in mijn gedachten."

  

Welke specifieke elementen van Beethoven heb je toegepast in jouw compositie?

"‘Durchbrochene Arbeit’ bijvoorbeeld is een musicologische Duitse term. Dat wil zeggen dat een melodie verspringt tussen de instrumenten of tussen de instrumentengroepen. Je hebt de houtblazers, de kopers, de strijkers… Je kan ze zien als een ketting, schakel na schakel. Dat is iets Beethoveniaans en dat pas ik bewust toe op mijn hoofdthema. De strijkersgroepen in ‘pizzicato’ zijn losse flarden die toch een geheel vormen. Iets anders is het werken met patronen of ontwrichtende accenten, syncopen en hemiolen. Het doelgericht naar een eindclimax werken en kolkende klankmassa’s is ook iets typisch voor Beethoven."

Dit zijn allemaal componenten die je verwerkt hebt in je compositie. Is er ook een kernthema?

"Eén thema dat niet exclusief Beethoveniaans is maar wel uit zijn tijd komt, is het principe ‘durch Nacht zum Licht’, een verlichtingsgedachte. Letterlijk betekent het ‘vanuit de duisternis naar het licht’, maar eigenlijk wordt er bedoeld ‘vanuit de verwarring naar het inzicht’. Dat is een metafoor en op basis daarvan heb ik de kern van mijn materiaal gemaakt. Ik vertrek vanuit een soort combinatie van 2 akkoorden, die aanvoelt als een cluster of een troebele uitgangssituatie, om daarna geleidelijk te transformeren naar iets helders."

Na de researchfase komt dan hét moment dat je de eerste noot op papier moet zetten. Spannend?

"Toch wel! Mijn eerste stap was het ontwerpen van een harmonisch model, een sequens van akkoorden dat ik kan gebruiken als een akkoordenreeks. Als je met die akkoorden aan de slag gaat en ze wat meer ritmisch of staccato maakt, dan kan je ermee variëren. Dat is een proces van broeden, herwerken en laten liggen. Hier heb ik ongeveer een maand de tijd voor genomen."

"Vervolgens heb ik een hoofdthema gemaakt met een aantal contrasterende varianten. Met deze schetsen trok ik naar Jan Caeyers en het was ontzettend boeiend om zijn standpunt te horen als absolute Beethovenexpert. Hij was mijn sparringpartner en gaf heel concrete aanwijzingen die mijn compositie nog intenser hebben gemaakt. Jan heeft zich wel altijd heel discreet opgesteld en mijn visie volledig gerespecteerd."

Heb je een idee hoe Beethoven zelf componeerde?

"Tijdens mijn studietijd aan The Juilliard School in New York heb ik de kans gehad om originele schetsen van Beethoven te bestuderen. Daarvan heb ik onthouden dat hij werkte met duidelijke prototypes. Beethoven zocht naar de toegankelijke, unieke vorm van materiaal. Jan heeft in zijn boek een hoofdstuk geschreven over het zogezegde compositielaboratorium. Daarin beschrijft hij hoe Beethoven componeerde. Dat was heel verhelderend. Nadat ik dat gelezen had, dacht ik: ja, zo werk ik ook! Eerst een soort totaliteit vergaren om nadien orde te brengen in de chaos."

Het is niet de eerste keer dat je dit soort werk maakt. Kan je meer vertellen over wat je de afgelopen jaren als componist gedaan hebt?

"Mijn vorige project was een liedcyclus op de gedichten van Stefan Hertmans: Songs for the Crossing, gebaseerd op het boek Oorlog en terpentijn over WOI. Het ging over de problematiek van conflict en oorlog, toegepast op de vluchtelingencrisis van nu. Wat ik heel inspirerend vond, is hoe hij met zijn boek zo’n hoog literair niveau kon halen en tegelijkertijd is het een zeer toegankelijk, genietbaar boek voor het grote publiek. Dat beschouw ik als mijn kernopdracht, mijn missie en mijn passie als componist. Het moet actueel klinken, maar ook toegankelijk."

Ben je als componist op zoek naar je eigen identiteit?

"Zeker! Ik zoek die identiteit in een intense combinatie van lyrische melodieën. Mijn melodieën zijn organisch en eerlijk. Ze spreken voor zich. Beethoven was één van de grootste muzikale genieën aller tijden en creëerde prachtige, eenvoudige melodieën en ging daar op een geniale manier mee om in zijn composities. Ik werd hierdoor meer dan ooit geïnspireerd bij het componeren van de Chamber Symphony."

Ben je fulltime componist of heb je nog andere passies?

"Naast het componeren treed ik regelmatig op als pianist om die kruisbestuiving tussen het uitvoeren en het schrijven van muziek levendig te houden. Daarnaast ben ik als docent verbonden aan Campus Lemmens van LUCA School of Arts waar ik compositie en muziekanalyse geef. Hetzelfde doe ik in Utrecht. Aan de KU Leuven geef ik vanaf volgend academiejaar een vak over popmuziek aan de afdeling Musicologie. Dat is een primeur waar ik nu al naar uitkijk!"

Bedankt voor dit interview Jeroen! En wij kijken samen met jou uit naar de première van de Chamber Symphony op 13 februari in Flagey Brussel!

De Chamber Symphony wordt ook gespeeld op 14 februari in de Schouwburg in Leuven, op 15 februari in deSingel in Antwerpen en op 17 februari in het Cultuurcentrum in Hasselt (namiddag).

TICKETS >>